We maken gebruik van cookies om zo de gebruikerservaring van onze website te verbeteren. Cookie Meer informatie

Home » Taalhulpmiddelen Spaans » Spaanse Literatuur » Geschiedenis van de Spaanse Literatuur » Mester de Clerecía » Cantar de Mío Cid

De Geschiedenis van de Spaanse Literatuur

Epische Poëzie - 'El Cantar de Mio Cid' (Het Lied van Mijn Heer)

'El Cantar de Mio Cid' is een Spaans episch gedicht uit de epische poëzie. Het is gebaseerd op een middeleeuwse krijger uit de regeerperiode van Alfonso VI (Castilliaanse Koning 1072-1109). Rodrigo Díaz de Vivar 'El Cid' (1043-1099) was een huursoldaat die tijdens de Reconquista (Spaanse Herovering) soms voor de Christenen vocht en soms voor de Moslims. Daarnaast slaagde hij erin de Koning van Valencia te veroveren, een stad die in handen was van de Arabieren. Hij heeft tijdens zijn gevechten een goede reputatie opgebouwd die later leidde tot zijn bijnaam al-Sidi, of El Cid (de Heer).

Zijn legende werd verspreid door de jongleurs. Hun liedjes brachten het nieuws van de historische gebeurtenissen. Het gedicht vertelt over zijn reis in ballingschap, in opdracht van Koning Alfonso, ondanks dat hij zweerde niets te maken te hebben met de dood van zijn broer Sancho II van Castilië (Zamora, 1072). De rechtbank kwam bijeen in de Santa Maria Kerk van Burgos, waar het vonnis werd uitgesproken. Na het zweren op de bijbel verbande de Koning El Cid naar buiten de Castiliaanse grenzen; en daarom hebben we "Cantar del Destierro" (Lied van de Balling)

De los sos ojos | tan fuerte mientre lorando
tornava la cabeça | y estava los catando.
Vio puertas abiertas | e uços sin cañados,
alcandaras vazias | sin pielles e sin mantos

e sin falcones e sin adtores mudados.
Sospiro mio Çid | ca mucho avie grandes cuidados.
Fablo mio Çid | bien e tan mesurado:
«¡Grado a ti, señor, | padre que estas en alto!
¡Esto me an buelto | mios enemigos malos!

Tranen stroomden over zijn wangen,
terwijl hij zijn hoofd draaide en naar hen keek.
Hij zag open deuren en ontgrendelde poorten,
lege haken zonder bonttunieken of mantels,

Zitstokken zonder valken of vervelde haviken.
De Cid zuchtte, hij was gebukt onder zware zorgen
Toen zei hij, met waardigheid en terughoudendheid:
"Ik dank U, o God, Onze Vader in de hemel.
Mijn goddeloze vijanden hebben dit complot tegen mij bedacht."

Het lied is opgedeeld in drie delen:

Cantar del Destierro (Lied van de Balling) heeft betrekking op de ballingschap van Cid tot aan de verovering van Valencia.
Cantar de las Bodas (Lied van de Bruiloften) die de bruiloften van zijn dochters verhaalt
La afrenta de corpes (Het Misbruik van de Lichamen) dat de vernedering van zijn dochters, in handen van hun echtgenoten, vertelt en de volgende wraak van Cid hierop.

Problemen in het auteurschap:

Het "Lied van Cid" is getekend door Per Abbat, maar dit is alleen een overgebleven manuscript. Er wordt aangenomen dat het lied samengesteld is door twee dichters: één uit het Gomaz gebied en de ander uit Medinaceli. Volgens Menéndez Pidal behoort het eerste deel van het gedicht en de algemene structuur tot San Esteban van Gormaz en heeft de dichter van Medinaceli het afgemaakt. Ondanks dit, zoals vaak gebeurt, werd het lied vaak veranderd alvorens de definitieve versie, welke erkend is door Pedro al Abad in de 18e eeuw. Andere theorieën suggereren over slechts één auteur, een expert op het gebied van wetten die gestudeerd had in een Franse stad (wat meteen de Franse invloed op het gedicht zou verklaren) en die wist hoe hij een artistieke vorm aan historische documenten moest geven.

Interne structuur:

Het gedicht is gekarakteriseerd vanwege zijn "anisosilabismo", wat betekent dat de versen in het gedicht geen vast patroon hebben en verdeeld zijn in twee hemistiches (halve gedichtvers). Normaal gesproken volgen de versen het zelfde patroon als Spaanse zinnen.

De dichtvorm van de coupletten van het gedicht wordt ook wel 'heroic couplet met klinkerrijm' genoemd.

Het thema van het gedicht is eer. Gedurende het gedicht zijn we getuige van het verlies van eer bij twee gelegenheden (het ballingschap en het misbruik van de lichamen) en daaropvolgend het herstel van de eer door Cid, door de verovering van Valencia en zijn dochters hun bruiloften met de erfgenamen van Aragón en Navarra. Dit is het toppunt van het boek, men kan niet streven naar iets groters.

Realisme in het gedicht:

Het karakter van Cid Campeado is historisch, zoals blijkt uit de verhalen van Roderici en Carmen Campidoctoris. Maar de auteur van het boek wilde een fictief verhaal vol met realisme. Het verhaal wijkt af van het fantastische en legandarische om het realisme te creeëren en het boek geloofwaardig te maken. Bovendien is een hele reeks van ballads gewijd aan het bestaan van Cid. Die helpen ons het verhaal en de bovengenoemde gedocumenteerde historische teksten te reconstrueren.