We maken gebruik van cookies om zo de gebruikerservaring van onze website te verbeteren. Cookie Meer informatie

Home » Taalhulpmiddelen Spaans » Spaanse Literatuur » Geschiedenis van de Spaanse Literatuur » De Gouden Eeuw » Don Quijote de la Mancha

Geschiedenis van de Spaanse literatuur

Roman: De ingenieuze jonkheer Don Quijote de la Mancha

Miguel de Cervantes Saavedra houdt het geheim van de roman van de Gouden Eeuw en is de grootste vertegenwoordiger van zowel de Spaanse als de universele geschriften. Zijn roman "El Ingenioso Hidalgo Don Quijote de La Mancha" (De Ingenieuze Jonkheer Don Quijote van La Mancha) heeft hem de volledige onsterfelijkheid in bekendheid gegeven. Cervantes werd in 1547 geboren in Alcalá de Henares, Madrid. Zijn vader behoorde tot het laagste niveau van de adel. Miguel begon zijn studie als kind met de jezuïeten en ging later studeren aan de Universiteit van Salamanca. Hij ging ook naar Italië voor een kardinale plicht. Toen Spanje de Heilige Alliantie met Rome en andere Europese staten ondertekende, nam Cervantes dienst en vocht hij in de slag van Leopanto. Net als veel van zijn collega's was hij op zoek naar roem. In het midden van de strijd, terwijl hij leed aan koorts, toonde hij zijn kracht en heldendom, wat leidde tot het verliezen van één van zijn armen. Hij kreeg de bijnaam El Manco de Leopanto (De éénarmige van Leopanto). Maar de Turken namen hem in hechtenis en hij werd opgesloten in Argel. In 1580 werd hij bevrijd door de Trinitariërs, mensen die onderhandelen over de vrijlating van christelijke gevangenen, en keerde hij terug naar Spanje.

Opnieuw vocht hij voor erkenning voor zijn daden in de strijd, maar hij was niet succesvol. Ook probeerde hij naar Amerika te gaan, maar slaagde er niet in de nodige reisdocumenten te bemachtigen. Zijn leven bestond uit het najagen van erkenning. Hij werkte ook als een tollenaar, maar werd om onbekende redenen opgesloten in Sevilla.

Zijn huwelijk bleek ook niet erg goed. Na een affaire werd hij vervolgd door de rechter in Valladolid. Van daaruit moest hij terug naar Madrid onder bescherming van de graaf van Lemos. Deze bescherming liet hem in 1616 uiteindelijk toch sterven in volledige armoede.

Als een literair figuur ontwikkelde Cervantes alle genres, waaronder theater en poëzie, maar het was de roman in het bijzonder die hem onderscheidde van de rest. In het theater ontwikkelde hij de entremés, korte toneelstukken die tijdens de intervallen van de langere toneelstukken werden ingezet. In poëzie experimenteerde hij met veel verschillende genres, maar hij gaf toe dat de muzen (negen Griekse godinnen die mensen inspireren voor kunst en wetenschap) hem niet deze gave had verleend. Vooral zijn poëzie bereikte niet hetzelfde niveau als het niveau van andere dichters toendertijd, zoals Góngora of Quevedo, maar dit betekent niet dat Cervantes er niet toe in staat was. Met betrekking tot de roman gebruikte hij alle soorten genre, maar begon met een pastorale roman, die hij 'La Galatea' (1585) noemde.

Het meesterwerk dat hem wereldberoemd heeft gemaakt is 'El Ingenioso Hidalgo Don Quijote de La Mancha' (De Ingenieuze Jonkheer Don Quijote van La Mancha). In dit boek vertelt hij het ​​leven van een jonkheer uit La Mancha die gek wordt door te veel ridderboeken te lezen. Het was harde kritiek op de romans over ridderschap, die op dat moment erg in de mode waren. De hoofdpersoon verliest zijn geest, noemt zichzelf een ridder en overtuigt zijn buurman Sancho om met hem op een reis te gaan en geroemd te worden, zodat hij en zijn Lady Dulcinea (denkbeeldige naam die hij een buurvrouw van Toboso heeft gegeven) van adel zouden kunnen worden. Zijn avonturen als ridder beginnen in het land van La Mancha, waar hij tegen alle soorten denkbeeldige vijanden vecht.

Tot dit punt hadden romans en historische verslagen het hele leven van de hoofdpersoon (held of antiheld) vanaf de geboorte verteld. Cervantes veranderde deze trend door zijn roman midden in het plot te beginnen. We weten niets over de geboorte of kindertijd van de hoofdpersoon, omdat het niet belangrijk is voor de rest van het verhaal. Cervantes geeft ons een korte toelichting op de context van het leven van Don Quijote op dat moment in de tijd, maar zijn er geen beschrijvingen van vóór het moment dat hij gek werd.

Het boek portretteert de volledige ideologie van het tijdperk. De kritiek van de literatuur over ridders is al genoemd, maar het thema zelf was enorm. Cervantes leefde in een tijd van crisis en grote veranderingen, waarvan sommige zijn beschreven in het boek. Literatuur was aan het veranderen van iets dat wordt voorgelezen, naar iets dat werd gelezen in stilte. Cervantes dacht, samen met vele anderen, dat dit soort "stille" literatuur tot krankzinnigheid zou kunnen leiden.

In de roman omvat hij alle genres die in de 16e eeuwse literatuur mode waren: pastoraal, Moors, ridders etc. Zo creëerde hij een enorm eigentijds literair verdrag. Alle genres smelten perfect samen en verwijzen naar het centrale thema. Don Quijote vertegenwoordigt het idealisme en hij wordt gemotiveerd door het idee van de glorie en de eer, die een beeld van de auteur zelf in de avonturen projecteert.

In de 16e eeuw was de Reconquista (Spaanse Herovering) geëindigd en waren er op het schiereiland veel soldaten zonder werk. Velen van hen slootten zich aan bij de verovering van Amerika, een plek waar ze nog steeds roem konden bereiken. Er werd gezegd dat de veroveraars de laatste dolende ridders waren. Ze kwamen op het nieuwe continent na een gevaarlijke reis en werden vervolgens geconfronteerd met steeds een nieuw gevaar: ziekte, ongedierte , vijandige nieuwe stammen... Maar hen stonden ook de legendes te wachten, die hen zouden begeleiden door de jungles, op zoek naar heldendaden en de erkenning van hun terugkeer. Tijdens de Reconquista hadden de Koningen de beste krijgers beloond met adellijke titels of grond. Maar om dit te bereiken moesten ze eerst een reputatie te krijgen. Dit is wat onze jonkheer wilde doen. Bovendien was hij van La Mancha, dat voor lange tijd een grensgebied was. Grote fortuinen werden er gemaakt, maar Don Quijote behoorde tot de laagste klasse van adel, zoals blijkt uit zijn titel hidalgo (jonkheer). Er wordt aangenomen dat Don Quijote zijn ideeën over het beklimmen van de sociale ladder van zijn voorouders erfde.

Sancho is de trouwe metgezel van Don Quijote, maar ook zijn tegenpool. Hij bewondert zijn meester en blijft hem trouw tot de dood. Hij is degene die betekenis aan de waanzin van de hidalgo geeft. Hij legt ons uit wat de visioenen van zijn meester werkelijk betekenen, bijvoorbeeld de reuzen van Don Quijote, die eigenlijk windmolens zijn. Maar zijn gevoeligheid wordt tegelijkertijd ontsierd door zijn onwetendheid, ondanks dat hij ziet wat zijn meester weigert te erkennen, gelooft hij in wat Quijote hem vertelt. Hij is loyaal vanwege de belofte die Don Quijote hem deed: 'het zijn van een heerser van een eiland', zoals de ridders uit de boeken deden voor hun trouwe metgezellen wanneer ze uiteindelijk glorie bereikten. De dolende ridder was iemand die dingen deed op een altruïstische manier, zonder iets terug te verwachten, maar de schildknaap ontvangt zijn beloning uit de handen van zijn meester.

De andere karakters in het boek zijn perfect geschetst; een beetje medelijden voor de 'ziekte' van Don Quijote, maar de meerderheid lacht hem uit. Drama komt naar voren in de laatste momenten van zijn leven. Zijn verstand is terug en hij beseft dat zijn leven voor niets is geweest. Op hetzelfde moment dat Don Quijote zijn geestelijke gezondheid terugwint, begint Sancho het zijne te verliezen en dus zijn de rollen omgedraaid.

Qua formele structuur van de roman: het is geschreven in de vorm van een ontdekt manuscript. Cervantes vertelt ons dat hij niet de auteur is van het boek, maar dat hij het ​​vond. Het was een manuscript van ene Cide Hammete Benengeli. Deze vorm is op grote schaal gebruikt in de literatuur, maar Cervantes heeft het waarschijnlijk gebruikt vanwege zijn afkomst, aangezien reeds werd vermoed dat hij joodse voorouders had en het dus gebruikte als alibi tegen de Inquisitie.

Tijdens de Renaissance en de Barokperiode onstond er een debat over realisme en waarschijnlijkheid. Als supporter van waarschijnlijkheid geloofde Cervantes dat kunst geloofwaardig moest zijn. Dit betekende dat de fantastische elementen die in zijn romans voorkomen verklaarbaar moesten zijn, op welke manier dan ook. Don Quijote geeft de auteur een excuus om fantasie toe te voegen, omdat het kan worden tegengegaan door de eenvoudige rationele verklaringen van Sancho Panza voor al het bovennatuurlijke. Dit maakt Cervantes modern, aangezien we alle fantastische elementen door de ogen van de gekke jonkheer zien, die Cervantes de ruimte geeft voor onwerkelijkheid.