We maken gebruik van cookies om zo de gebruikerservaring van onze website te verbeteren. Cookie Meer informatie

Home » Taalhulpmiddelen Spaans » Spaanse Literatuur » Geschiedenis van de Spaanse Literatuur » De Renaissance

Geschiedenis van de Spaanse literatuur

De Renaissance in de Spaanse literatuur

Aan het begin van de 15e eeuw stond de westerse christelijke wereld op het punt om grote veranderingen te ondergaan. Een revolutie zou de middeleeuwse bewustheid van de tijd vernietigen. Zowel in de intellectuele als in de artistieke velden verschenen nieuwe figuren die hun nieuwe visie zouden opleggen. De Renaissance was de terugkeer naar de oude cultuur. Griekenland en Rome werden voorbeelden van wat Europa zou moeten zijn en werden gepresenteerd als het ideaalbeeld.

De Turken vielen het Oost-Romeinse Rijk aan, waar tot die tijd veel boeken van de klassieke auteurs waren opgeslagen. Oosterse wijzen kwamen naar Italië en brachten de klassieke cultuur met zich mee. De rest van Europa voelde zich ook sterk aangetrokken. De christelijke koningen droomden nog steeds over het terugbrengen van de glorie van het Romeinse Rijk.

Ze openden nieuwe handelswegen naar het oosten, waardoor de rijkdom van de landen rond de Middellandse Zee toenam. Handelaren uit Genua en Venetië brachten goud naar Europa. Zo ontstond het gegeven 'klandizie'. Het waren mensen met een bepaalde sociale status, van de kerk of adel en vormden een nieuwe sociale klasse die de volgende eeuwen zou bepalen: de bourgeoisie. De nieuwe commerciële successen hebben ervoor gezorgd dat de handelaren zich hedden verenigd in werkkringen en zo een klein bedrijfsnetwerk creëerden.

De introductie van de drukpers bracht een enorme verandering in de literaire wereld. Boeken hoefden niet langer met de hand gekopieerd te worden in de kloosters. Deze nieuwe edities werden incunabula boeken genoemd (boeken die zijn gedrukt op het moment van de uitvinding van de drukpers). Daarnaast was er een nieuwe geografische ontwikkeling die leidde tot nieuwe manieren van denken. De aarde was niet langer het middelpunt van het universum, maar werd gewoon een planeet die rond de zon draaide. De mens werd zich bewust van zijn eigen identiteit en ontdekte dat hij het heft in eigen hand kon nemen. De theorie van de antropologie verscheen en God was niet langer de spil van het menselijk bestaan. Het idee dat de wereld een tranendal was, werd vervangen door een gevoel van joie de vivre. De Renaissance was een eerbetoon aan de menselijke schoonheid en liefde. Zelfs goddelijke voorstellingen werden menselijker. Het middeleeuwse super-realisme verdween uit de kunst, die nu vol diepte en expressie was. De wereld werd aangepast aan de mens, niet alleen aan God. Tuinen en paleizen werden gemaakt voor het genot van hun inwoners.

Het belang van de courtisane liefde groeide, aangezien literatuur nu behoorde tot de paleiszalen. Tijdens de Middeleeuwen had de literatuur toebehoord aan de kloosters, maar nu raakten de edelen geïnteresseerd in de vrije kunst. Garcilaso de la Vega was één van de dichters die gedichten schreef aan een getrouwde vrouw waar hij verliefd op was. Vrouwen waren blij dat een man die niet hun man was, kon worden aangetrokken door hun schoonheid. Maar het merendeel van de tijd was het een idealisering van deze schoonheid.

Courtisane liefde was een gemeenschappelijk literair genre dat uit de Provence kwam. Boscan en Garcilaso voegden twee aangepaste Italiaanse methoden toe aan de Spaanse versie. De invloed van deze bijdrage aan het sonnet werd benadrukt in latere literatuur.

Kortom was de Renaissance een revolutie in de manier van denken in de westerse cultuur op alle intellectuele en artistieke gebieden. De verbetering van de communicatie tussen de Europese rijken betekende dat dit nieuwe fenomeen zich snel verspreidde.