We maken gebruik van cookies om zo de gebruikerservaring van onze website te verbeteren. Cookie Meer informatie

Home » Taalhulpmiddelen Spaans » Spaanse Literatuur » Geschiedenis van de Spaanse Literatuur » Literatuur en Democratie

Geschiedenis van de Spaanse Literatuur van 1975

Geschiedenis van de Spaanse literatuur van 1975

De Transitie in Spanje begon in 1975, met de dood van Generaal Franco. Dit was de politieke beweging die zorgde voor de verandering van de dictatuur naar de parlementaire monarchie. Sinds 1960 begonnen de veranderingen in het sociale leven en de Spaanse cultuur. De romantiek was in de voorgaande jaren verloren gegaan. Het objectivisme had zijn creativiteit uitgeput omdat het was gebaseerd op een werkelijkheid die was achterhaald met de migratie van platteland naar de stad. Het gebrek aan diepgang bij het analyseren van de huidige toestand, de taalachterstand door het bewind van Franco en de sociale en politieke veranderingen van Spanje mondden uit in een naoorlogse sfeer. Maar de naoorlogse periode was afgelopen. Carlos Barral publiceerde in een ongeëvenaarde poging de grote werken van de nieuwe Hispano-Amerikaanse verhalen, die bekend stonden als 'magisch realisme', evenals andere werken uit de Angelsaksische wereld die eerder waren verboden zoals Viginia Woolf en James Joyce.

Deze invasie van essays, vooral uit Latijns-Amerika, creëerde een nieuw belang in de Spaanse literatuurwereld. 'Tiempo de Silencio' (Time of Silence) van Luis Martín Santos moet worden benadrukt, met zijn relatieve gebrek aan samenhang en gevoel voor logica, zijnde een autonome tekst over de realiteit en een eigen wereld. In 1962 won Mario Vargas Llosa de 'Premio Biblioteca Breve' voor zijn boek 'La Ciudad y los Perros' (The Time of the Hero), en publiceerde José Manuel Caballero Bonald 'Dos Días de Septembre' (Two September Days). Door de vervorming verscheen ontmythologisering hand in hand met het afstand nemen van de realiteit. Juan Marsé met 'La Oscura Historia de La Prima Montse' was betrokken bij deze beweging.

Vanaf 1966 raakten auteurs van vorige generaties ook betrokken bij deze beweging. Miguel Delibes speelde met experimentalisme in zijn monoloog 'Cinco Horas con Mario' (Five Hours with Mario). Camilo José Cela publiceerde 'San Camilo 1936'. Voor veel intellectuelen genereerde de dood van Franco geen grote verschillen, omdat er sinds de jaren 60 maar weinig verschillen waren geweest. In 1985 werd Spanje lid van de European Economic Community (EEC), de Europese Economische Gemeenschap (EEG), en ging het deel uitmaken van de West-Europese cultuur. Moderniteit werd geboren in een land dat geïsoleerd was geweest voor 40 jaar.

In mei 1976 verscheen voor het eerst de krant 'El País' en zorgde voor een revolutie in de wereld van de pers met zijn eigenwijze artikelen. Ook het tijdschrift 'Interviú' verscheen. In 1977 eindigde de censuur op de showbusiness, hiermee begon de periode die bekend staat als 'El Destape' (periode van liberalisering na het einde van het Franco regime). In een land dat in 40 jaar nog nooit naaktheid in de bioscoop of op televisie had gezien, produceerde het fenomeen 'El Destape' een enorme revolutie in de wereld van de showbusiness. Toch werd dit gedenigreerd door films van lage kwaliteit die in de jaren '80 naar de achtergrond werden geduwd totdat ze aan het eind van de eeuw helemaal waren verdwenen. Het Ministerie van Cultuur verstrekte subsidies om de verspreiding van cultuur te helpen en werd algemeen erkend. Aan dit Ministerie ontbrak een definitieve ideologie. Tussen 1983 en 1986 verscheen de 'Movida Madrileña' en deze bevatte een breed scala aan cultuur: de bioscoop van Pedro Almodóvar, ontwerp, muziek, literatuur en beweging. Het begon in Madrid, maar verspreidde zich al snel naar alle regio's van Spanje en werd geaccepteerd of geweigerd, soms zelfs aangevallen door andere culturele bewegingen die uit de periferie van Spanje kwamen. De westerse wereld ervaarde een crisis waar Spanje geen deel van uitmaakte. In Spanje domineerde het huidige tijdperk en er was geen sprake of herinnering aan het verleden. Men moest continu de informatie vernieuwen. Zo verscheen 'el sincretismo', het syncretisme, dat in feite een recycling van traditionele kunst en een popularisering van de waarden was. De verschijning van een welvarende middenklasse met koopkracht leidde tot een ontzegening van de cultuur door de handel. De auteur schreef niet langer uit zichzelf een boek, het boek was een product dat de uitgever hem vroeg te schrijven. De lezer destijds was op zoek naar entertainment en een goed geschreven verhaal waar hij van kon genieten. Iets exotisch, intrigerend en mysterieus wat het tijdperk karakteriseert.

Novel paradigm

'La novela del novelar' (de roman over het schrijven van een roman) beschreef en analyseerde het probleem van de literaire creatie, zoals ook met Unamuno  en de Avant-garde. Dit werd een werk van interne samenhang en het distantiëren van de werkelijkheid. De grootste vertegenwoordiger was Gonzalo Torrente Ballester met 'Fragmentos de Apocalipsis' (Fragmenten van een Apocalypse) en 'La saga/fuga de J.B.' (De Saga/Vlucht van J.B.). Zijn boeken lieten de lezer toe om de roman te lezen maar er geen deel van uit te maken. De wereld van de roman werd een deel van de roman zelf. Bijvoorbeeld: 'La saga/fuga de J.B' speelt zich af in een plattelandsomgeving in Galicië waar een van de delicatessen 'lampreas' is (een soort primitieve vis); de Gallegos bereiden en eten deze vis op verschillende manieren. Echter, soms valt er een bewoner in de rivier en dan eten de lampreas hem op, de vicieuze cirkel. Dit betekent dat wij de mensen van het dorp als geïsoleerd van realiteit en van ons als lezers zien. Er waren ook een soort sociale en geëngageerde romans van Miguel Delibes; 'Los Santos Innocentes' (De Onschuldige Heiligen) en 'El Disputado Voto del Señor Cayo' (De Dubieuze Stem van Meneer Cayo).

'La novela de la memoria' (De Geheugen Roman) werd heel populair vanaf de jaren '80. Het was een roman die het leven van de schrijver beschreef, maar dan zonder te zoeken naar rechtvaardiging. De auteurs probeerden zichzelf te vinden zonder drama te creëren. Ze deelden gelijkenissen met misdaadromans en het avontuurmodel, zoals 'Corazón Tan Blanco' (Een Hart Zo Wit) door Javier Marías. In deze groep bevond zich ook Francisco Umbal, winnaar van de Cervantes-prijs in 2000.

Na het experimentalisme van de voorgaande jaren verschenen de klassieke vormen weer: het publiek wilde een goed verhaal, ze waren niet op zoek naar structurele ingewikkeldheid. Met deze nieuwe vraag verscheen het historisch model, welke zich afboog van kroniek en het leren van feiten, dit om meer belang te hechten aan fictie. Het produceerde anachronismen (fouten in de chronologie), zelfs in de meest recente feiten waar het mee te maken heeft gehad. Voorbeelden van dit type roman zijn: 'Galíndez' van Vázguez Montalbán; 'El Manuscrito Carmesí' (Het Donkerrode Manuscript) van Antonio Gala; en 'Crónica del Rey Pasmado' (De Kroniek van de Overweldigde Koning) van Gonzalo Torente Ballester.

In het detectivepatroon verscheen Manuel Vázquez Montalbán met zijn serie romans over een detective genaamd Pepe Carvalho. Het voornaamste kenmerk was de verandering van het model van een Amerikaanse misdaadroman over een uiterst precieze onderzoeker in een onderzoeker zonder etniciteit. Het indrukwekkende 'Beltenebros' van Antonio Muñoz Molina sprong er ook uit als spionroman gebaseerd op de wreedste momenten van de dictatuur van Franco, met een internationale achtergrond. Deze roman verscheen halverwege de historische romans en de misdaadromans, en zoals hierboven genoemd, fictie was belangrijker dan historische feiten.

De afgelopen jaren hebben ons de komst van romans gebaseerd op nieuwe generaties laten zien: 'Historias del Kronen' van José Ángel Mañas laat ons het leven van de jongeren in de jaren '90 zien die het leven dat niets biedt zonder moeite zat zijn. Een ander voorbeeld is de roman 'Héroes' (Helden) van Ray Loriga.