We maken gebruik van cookies om zo de gebruikerservaring van onze website te verbeteren. Cookie Meer informatie

Home » Taalhulpmiddelen Spaans » Het Spaanse Alfabet » De Spaanse letter J

The letter J

De Spaanse letter J

JOTA. Fricatieve, velaire, stemloze medeklinker

Grafische herkomst:
Verschijnt in de XVIII eeuw en werd in schrift afgewisseld met de X.

Voorbeeld:
Jamón

De Spaanse letter J

De letter J is de tiende letter en de zevende medeklinker in het Castilliaanse alfabet. De naam in het Spaans is 'JOTA', omdat het van de Griekse letter 'iota' afstamt. Het was de laatste toegevoegde letter van het Spaanse alfabet. Het 'J' symbool kwam voor het eerst voor in het Romaanse alfabet, simpelweg gebruikt als een hoofdletter I. In de Middeleeuwen werd de langwerpige vorm (J) vaak gebruikt voor decoratieve redenen, maar ook voor geschreven cijfers. De letter J werd niet gebruikt tot de tweede helft van de zeventiende eeuw. Het duurde bijna anderhalve eeuw voor het in Europese gedrukte boeken verscheen. Daarom was, lang na het uitvinden van printen, de letter J slechts een variatie op een kalligrafische I. In het Latijn en Oud Spaans werd de letter J als een semi-klinker gezien.

Het gebruik van de letter J als een medeklinker werd beperkt in het plaatsen van een woord. Dit verklaart de spellingvariaties die in twee bekende Spaanse woorden verschijnen: Mexico/Méjico en Quixote/Quijote. In het moderne Spaans vormt deze letter de klank die we horen in woorden als caja, rojo en julio. De klank is vergelijkbaar met de Nederlandse 'G' in het woord 'gedicht'.